Een totaalproject in de mooiste betekenis van het woord

Opdrachtgever

Familie Bruyninckx

Landschapsontwerp
Architect

Architects in Motion

Tekst

Johan Geerts

Beelden

04 May 2022

‘Schoonheid volgt uit de vorm en de relatie tussen het geheel en de verschillende delen, uit de relatie tussen de verschillende delen onderling en uit de relatie tussen de verschillende delen en het geheel.’

Andrea Palladio, Italiaans architect, 1508-1580

De bouwsector, waarvan de toegevoegde waarde 5% van het BNP en de werkgelegenheid 6% van de totaliteit bedraagt, is een van de grootste economische drivers in België. Elke inspanning m.b.t. circulariteit, duurzaamheid, klimaat, energie, … die door de actoren wordt gedaan, werkt met andere woorden als hefboom in de algemene economische, ecologische, klimatologische en maatschappelijke context. Deze actoren - opdrachtgevers, architecten, aannemers, studiebureaus, overheden, … - leggen in hun beleid of visie bepaalde accenten naargelang hun activiteiten of persoonlijke/professionele interesses. Zelden wordt in één project ingezet op vele, zoniet alle betekenisvolle aspecten. In project Rijsberg in Balen, een ontwerp van Architects in Motion (AIM) en Biotoop Ecologische inrichting, spreken alle partijen zich expliciet uit om zo’n project te ontwikkelen. Meer nog: opdrachtgever, overheid en ontwerper motiveren en inspireren elkaar om tot het best mogelijke resultaat te komen, zelfs beter presterend dan de huidige eisen op vlak van energie en duurzaamheid opleggen. En ook hier een extra nuance: met ontwerper wordt zowel de architect (AIM) als de groenontwerper (Leon Brabers, Biotoop) bedoeld. Zij werkten reeds van heel vroeg in het ontwerpproces als één team samen, wat in de bouwwereld bijzonder uniek te noemen is. Het resultaat mag als even uniek beschouwd worden. 

Meer nog, Leon Brabers, opdrachtgever en zaakvoerder van Biotoop Ecologische inrichting, had vooraleer hij Bart Baeken van AIM benaderde, al een voortraject afgelegd met architect Tony Craps uit Meerhout.  Met ecologie, klimaat, sociale en economische duurzaamheid en natuur als architecturale randvoorwaarden legde Leon Brabers samen met Tony Craps de algemene krijtlijnen van het ontwerp vast. Daarbij werd ook de wens uitgesproken om het aanwezige groen, dat momenteel niet toegankelijk en zelfs weinig zichtbaar is voor omwonenden en passanten, maximaal te ontsluiten en de architectuur ‘ondergeschikt’ te maken aan het natuurlijke landschap en de aanwezige vegetatie. Tenslotte zou het individuele wonen even belangrijk moeten zijn als het collectieve. Na deze voorstudie werd het architecturale luik van het ontwerp overgedragen aan Architects in Motion.

Het perceel ligt ingesloten tussen de Rijsberg, het Rijsbergpad - momenteel bekend als het Hazenpadje - en de Polkaweg in Balen. De bestaande bebouwing aan de Rijsberg wordt gesloopt om de mogelijkheden te optimaliseren. In het Rijsbergpad grenzend aan de rechter perceelsgrens, bevinden zich enkele sociale eengezinswoningen. Aan de linker perceelsgrens onttrekken hoogstammige bomen een KMO-gebouw aan het zicht. Het perceel verbreedt in de diepte. De bestaande vegetatie in de buurt van de te slopen woning heeft voornamelijk tuinallures. Verder op het terrein vinden we spontane inheemse vegetatie, neigend naar een bostypologie met een relatief hoge ecologische waarde.  Een informele doorsteek voor voetgangers en fietsers aan de linker perceelsgrens op het naastliggende perceel verbindt de Rijsberg met de Polkaweg. Deze is in de bestaande toestand van de projectgrond afgesloten met een betonnen tuinafsluiting.

Het belangrijkste ankerpunt in de ontwerpfilosofie die als basis dient voor het ambitieuze en veelzijdige projectniveau is het ecologische duurzaamheid- en welzijnsaspect. Daarnaast wordt de relatie tussen openbaar/privé en gemeenschappelijk/individueel, en dat zowel in de bebouwde als open ruimte, als secundair uitgangspunt gehanteerd. De opdrachtgever vond het belangrijk dat het perceel zo maximaal mogelijk ontsloten werd naar de omgeving. De bestaande informele doorsteek blijft behouden maar de betonnen afsluiting verdwijnt en maakt plaats voor een gemengde inheemse heg. Ook de bestaande houtkant als groenbuffer naar het KMO-gebouw blijft maximaal behouden, de nieuwe bebouwing situeert zich aan de drie andere perceelsgrenzen. De restruimte wordt ingericht als een doorwaadbaar ecologisch buurtpark dat aansluiting biedt aan de sociale woningbouw in het Rijsbergpad – er wordt met een poortje een verbinding gemaakt met de tuin via het nieuwe fietsers- en voetgangerspad aan de rechter perceelsgrens – en langs de doorsteek aan de Stappersdijk via een later gepland woonproject tussen die Stappersdijk en de Polkaweg.

Er werden drie aparte bouwblokken ontworpen met elk een eigen karakter en invulling. Het grootste bouwblok, evenwijdig met het Rijsbergpad ingeplant, biedt ruimte aan acht ‘grondgebonden doorzon-eengezinswoningen’. Elke woning heeft drie slaapkamers en een terras aan de westzijde, dat meteen de grens vormt tussen openbaar en privé. Een slimme ontwerpbeslissing - dit bouwblok wordt een halve verdieping (één meter) boven het maaiveld verheven - zorgt ervoor dat voor het creëren van de parkeerkelder minimaal grondverzet nodig is en de auto’s toch aan het zicht onttrokken worden en dat de leefruimtes van de woningen t.o.v. het ecologische park de nodige privacy krijgen. Ook de terrassen liggen op dezelfde hoogte zodat - zonder een fysieke barrière te maken - optimale privacy gegarandeerd kan worden. De woningen zijn via een helling aan de zijde van het voetgangers- en fietspad bereikbaar. De taluds die verkregen worden door de woningen een halve verdieping hoger te ontwerpen, worden ingezaaid met streekeigen bloemrijke graslanden. Daarnaast worden op strategische plaatsen - zelfs dicht bij de woningen - bomen geplaatst om een natuurlijk verkoelend effect op de terrassen en binnenshuis te bieden.

In het midden van het bouwblok bevindt zich de in verhouding tot de volledige site centraal gelegen gemeenschappelijke ruimte. Het verlengde van deze ruimte mondt in het park uit in een speel- en recreatieveld. Deze is letterlijk en figuurlijk het hart van het project en kan gebruikt worden door de bewoners voor familiefeesten, BBQ en dergelijke. Deze ruimte is volledig transparant als een ‘ontmoetingsserre’ ontworpen en beschikt over een duplexverdieping: een plek met een bijzondere uitstraling en dito zicht op het volledige project. Er zijn ook enkele thuiswerkplekken voorzien, inspelend op de trend dat thuiswerk aan belangrijkheid toeneemt. Zo ontstaat de mogelijkheid om zowel een stillere/intiemere ruimte als een grotere collectieve ruimte met sociaal contact op te zoeken. Deze centrale ruimte heeft een aparte inkom met berging en toilet. Aan de inkom kunnen fietsen gestald worden. 

De toegang tot de parkeerkelder bevindt zich aan de straatzijde; de helling wordt half geïntegreerd in het voetgangers- en fietspad dat begint op een halve meter boven het oorspronkelijke niveau van het maaiveld en er gelijkmatig over de volledige lengte van het bouwblok naar afhelt. Aan de achterzijde van de parkeerkelder bevindt zich een grote fietsenberging. In dezelfde zone biedt een trap met fietshelling een uitgang naar het pad. 

Het bouwblok aan de straatzijde bevat negen kleine tot middelgrote studio’s/appartementen en een dagkamer voor een begeleider. Deze zorgwooneenheden zijn ontworpen volgens de principes van Berkenhof of Oak Tree. Hun visie baseert zich op het ‘recht op volwaardig burgerschap’, ‘recht op kwaliteit van bestaan’, ‘recht op bestaan als persoon met een beperking’, ‘recht op medezeggenschap’, ‘recht op deskundige en hoogwaardige kwalitatieve zorg’ en vertrekt vanuit zes waarden: betrokkenheid, flexibiliteit, respect, integriteit, kwaliteit en samenwerking. Onder het motto ‘alleen en toch samen’ bieden ze mensen in inclusieve cohousing-projecten de nodige ondersteuning zonder dat deze voor de buitenwereld zichtbaar is. Een begeleider kan al of niet permanent aanwezig zijn en beschikt over een eigen, volledig autonome studio.

De ontmoetingsserre staat ook ter beschikking van dit initiatief. Per zorgwoning is er 1,5 parkeerplaats voorzien. 

Het bouwblok is niet rechtlijnig en evenwijdig met de straat ontworpen. Zo ontstaat er een extra groenzone aan de voorzijde van de helft van het gebouw die in het verlengde ligt van de Kerkstraat, één van de belangrijkste en drukste straten in Balen-centrum, en fungeert hierdoor als groene eye-catcher in het Balense centrum... Het gedeelte dat t.o.v. de straat terugspringt telt als enige van het project een extra verdieping met twee woonentiteiten. Elke entiteit heeft een inpandig terras aan de parkzijde.

Aan de achterste perceelsgrens eindigt het nieuwe fiets- en voetgangerspad op een verhard pleintje en sluit het bescheiden aan op het ‘Hazenpad’. Het pad biedt ook de mogelijkheid een extra bouwblok te ontsluiten. In het noordelijke bouwvolume bevinden zich zes ‘grondgebonden eengezinswoningen’. Ze zijn naar analogie van het grote bouwblok ontworpen met dat verschil dat ze niet hoger liggen dan de omgeving. Elke woning beschikt eveneens over een terras dat de scheiding vormt tussen privé en openbaar. Aan de linkerzijde is er een extra fietsenstalling voorzien. 

Bij het gevel- en volumeontwerp van de drie bouwblokken vallen meteen het materiaalgebruik en de asymmetrie op. De asymmetrie uit zich zowel in het planontwerp als in de volumetrische vertaling ervan. Door het gelijkvloers op een basis van een driehoekige vorm respectievelijk in en uit te laten springen t.o.v. de verdieping krijgt het geheel een speelse golvende ritmiek die refereert aan de taluds in het landschapsontwerp. Deze ritmiek is in elk bouwblok anders in combinatie met de globale vorm van het volume. Ook de hellende daken zijn ontworpen volgens een uniek asymmetrisch en speels patroon dat samen met de planmatige in- en uitsprongen een bijzonder origineel en esthetisch vernieuwend concept vormt. Het zorgt voor een extra vloeiend pigment in de totaliteit aan vormen, volumes en zichtlijnen.

Ook qua materiaalgebruik kan project Rijsberg in Balen op z’n minst als uniek gedefinieerd worden. Zowel de gevels als de daken worden uitgevoerd in hout. De CLT-technologie wordt aangewend om tot het uiterste te gaan op vlak van vormvrijheid, ecologie en duurzaamheid. Hierbij kwam de expertise van de ontwikkelaar en de aannemer zeker van pas. Ze zijn op vlak van bouwprojecten met CLT-panelen zeker niet aan hun proefstuk toe en zijn meer dan wie ook expert in dit bouwsysteem.

Het gevelontwerp is het resultaat van een veruitwendiging van de ritmering van de CLT-panelen en van een uitgekiende inplanting van de raamgehelen. Het dansende volumespel wordt versterkt door het gebruik van hout als universeel bouwproduct.

De architecturale vormentaal van dit project is een resultaat van een analyse van bestaande typologieën die vaak in Vlaamse plattelands- en/of dorpsarchitectuur gebruikt werden: de typologie van de standaardhoeve en langgevelhoeve in al zijn vormen en variaties. Dubbele zadeldaken, andere T-vormige combinaties, geknikte volumes volgens de vorm van de straat etc. Daarvoor werd ook de Toolbox ‘Tactieken voor dorpse architectuur’, opgemaakt door AR-TUR, geconsulteerd waarin dorpsarchitectuur onderzocht wordt d.m.v. de diversiteit en evolutie m.b.t. rooilijnen, zichtassen, binnengebieden, rustplekken, contrast snelle en trage wegen, kroonlijsthoogtes en dorpsplinten enzovoort te benoemen en te definiëren.

Dat alles resulteerde in een moderne interpretatie van de hoevetypologie en traditionele dorpsarchitectuur op schaal van de omgeving.

Alternatieve isolatie zoals hennep en/of schapenwol, ecologische afwerkingsmaterialen en hernieuwbare energiebronnen, functioneel groen zoals gevelbeplanting, groendaken, strategisch geplaatste bomen, … met meer dan enkel esthetische doeleinden, … alles wordt onder de loep genomen om een state of the art bio-ecologisch project te bouwen. Momenteel onderzoekt de ontwerper het dakenconcept, hij wil samen met Biotoop een systeem ontwikkelen dat energiedaken combineert met inheemse groendaken en bovendien compatibel is met de vorm.

De nauwe en initiële samenwerking tussen Bart Baeken van AIM en Leon Brabers van Biotoop Ecologische inrichting levert geen geringe bijdrage tot het welslagen van het totaalproject. De gemeenschappelijke wensen en visies vertalen zich concreet in bio-ecologische en natuur-inclusieve gebouwen die vormgegeven en ondergeschikt opgesteld zijn aan natuurrijk en functioneel groen (Nature Based Solutions) en een gebruikspark met speelnatuur en een diverse bewonersdoelgroep.

Samen gingen ze ook op zoek naar een manier om het bestaande groen maximaal te behouden en te versterken door het nieuwe groenontwerp. Het fiets- en voetgangerspad is openbaar voor iedereen, de tuin is privé voor de bewoners maar door uitgekiend ontworpen zichtlijnen toch ‘beleefbaar’ voor de omgeving.

Het resultaat is een streekeigen en ecologisch landschap dat perfect past binnen de visie van zijn bedrijf Biotoop. Door de woonvolumes in ‘zachte’ materialen te bedenken, creëert het ontwerpteam een symbiose tussen bebouwde en natuurlijke omgeving en toont men respect voor de te behouden bestaande begroeiing. Leon Brabers wil van het natuurintensief totaalproject een aparte biotoop maken waar ruimte is voor vogels, vleermuizen maar ook amfibieën die zich in de waterpartijen en de wadi’s zeker thuis zullen voelen. Daarnaast wordt ook aan de kinderen gedacht door in te zetten op speelnatuur met waterelementen, speelstammen en zelfs een boomhut.

Het ontwerp van project Rijsberg is op verscheidene vlakken inclusief. De opdrachtgever wil vanuit ecologisch standpunt zijn eigendom maximaliseren zonder zich uitsluitend op het louter financiële aspect te focussen. Integendeel. Hij wil een ‘product’ neerzetten om de toegevoegde waarde van het perceel en de identiteit ervan kracht bij te zetten. Deze argumenten speelden zeker mee in het kiezen van de ontwikkelaar/aannemer die een diepgaande kennis en expertise op vlak van technologische knowhow in het project injecteert. Het groenontwerp is veel meer dan enkel een ‘tuinontwerp’, het ademt respect voor het bestaande groen en optimaliseert de bijzonderheden van het terrein in combinatie met nieuwe en verfrissende inzichten op vlak van bio-ecologische landschapsarchitectuur. Ten slotte weet de architect dit alles samen te voegen in een nieuw woonconcept waar collectiviteit en privaat bijna naadloos in elkaar overvloeien maar elkaar ook perfect aanvullen en versterken. Privéwoningen en begeleid wonen fusioneren in dit project tot een sterke, eigenzinnige, vernieuwende architectuur die zichzelf zonder enig probleem wegcijfert ten voordele van het geheel. 

Deze kwaliteiten worden opgemerkt en gevalideerd door de gemeentelijke overheid. Ze beschouwen dit ontwerp als pilootproject voor andere toekomstige stedenbouwkundige ontwikkelingen. Op die manier tonen ze hun enthousiasme en respect voor het concept en zijn specifieke geïntegreerde economische, ecologische, klimatologische en maatschappelijke principes. Een erkenning voor alle actoren.


Delen op:



ADRESSEN

Parklaan 146

2300 Turnhout

België

Louis Pasteurstraat 21

3920 Lommel

België

CONTACT

Heb je vragen? Neem gerust contact op via onderstaande gegevens:

+32 (0) 14 41 32 32

info@architectsinmotion.be

NIEUWSBRIEF

Blijf up to date.


Onze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren en onze dienstverlening te optimaliseren. Lees ook de Privacy & Policy